Martin M Aart de Jong, dichter

zondag 1 mei 2016

Je kunt nog altijd een gedicht doen.


11.00 AM, zondag 1 mei 2016. 
Old School Leiden.


Ja maar jij kunt altijd nog een gedicht doen. Ik hoor het zeggen en het zoemt door mijn hoofd. Ik had nog niets gisterenavond en niets, dat hadden we al gehad als thema. Goed, ik kan nog altijd een gedicht doen en daar iets over zeggen. Dat is makkelijk scoren, maar het gaat hier niet om scoren. Er hoeft helemaal niets, ook al hadden we dat al gehad als thema. Gideon heeft het thema gedaan. Verdomme. Altijd weer die Gideon. Maar het gaat helemaal niet om Gideon, het gaat er gewoon om dat het ergens over gaat. Dat er gewoon iemand is. Ik kan nog altijd een gedicht doen.

Er is een draadje in de machine los. Het wappert
in de wind. Het aait langs het raam. Er hapert wat.
Er is een draadje in de machine los. Er gaat zelfs
een rood lampje branden. Er knippert iets. Er komt

geluid uit de speakers, een zachte zoem die steeds
hoger wordt en harder nu. Iemand moet iets doen.
Of zijn er dan geen mensen meer? Machines
dreunen zwijgzaam voort. Er moet toch iemand zijn

zou je zeggen, die hoort en weet, die ziet wat nodig
is om deze machine met het losse draadje zwijgen
te leren. Maar het draadje blijft los. Het raakt steeds

losser en er piept een hoog geluid uit de speakers
dat steeds hoger wordt en harder nu. De machine knarst.
De machine loopt vast en piept. Er moet toch iemand zijn.


Misschien leven we wel voortdurend met het besef dat we incompleet zijn. Dat het niet goed is zoals het is en dat het anders beter moet. Of dat een ander het beter doet. Er zijn logische verklaringen voor. Toen we nog met of zonder berenvel door de moerasdelta strompelden om een vis op een speer te spietsen of een takje bessen te verschalken, toen moest er overleefd worden. De ander was soms een bondgenoot in die overlevingsstrijd maar ook een concurrent.
Maar de Delta is droog gemalen en de bessen staan in bakjes in de supermarkt. Je hoeft alleen maar geld te hebben om ze te kopen. Voor de vis het zelfde verhaal. Al zit de vis niet in een bakje maar opgevouwen met soortgenoten in een glazen potje in zuur of solo narokend in een strakgetrokken plastic pakje. Er hoeft eigenlijk niet zo bijster veel meer. Het geld moet verdiend worden. Geld dat we nodig hebben om mee te kunnen doen aan wat er gebeurt in deze moerasdelta en in de omringende wereld waarvan wij toch wel een beetje het centrum zijn. Want de wereld draait, maar wel om ons. Of om mij. Laat ik het zo stellen. Ik neem waar vanuit dit ego in deze moerasdelta in deze wereld. Ook al weet ik beter, verplaats ik mijn focus naar anderen en kan ik zelfs mijn vertelperspectief verleggen naar de vrouw in de moerasdelta die de zoom in mijn broek heeft genaaid in een drukke fabriek in een in Zuid-Oost Azië. Het is warm. Er liggen stapels textiel die ik aan elkaar moet naaien en ik pak het ene na het andere stuk van de stapel en naai er een zoom in. Urenlang ben ik bezig net als de anderen in deze ruimte. Net als de anderen in dit gebouw in deze stad. Buiten toeteren de auto's. Ronken de scooters en motorrisckshaws. Ronken bussen en logge trucks zich door het krieoelende stadsverkeer. Maar ik pak weer een stuk textiel van de stapel waarop net weer een nieuwe lading is gelegd en de lange dag sleept zich voort. Ik naai nog een zoom en verleg mijn perspectief weer. Er moet een stukje geschreven worden en het stukje moet goed zijn want wat zullen de anderen er wel niet van denken als ik zomaar iets zeg? Zomaar iets zeggen. Stel je voor. We zeggen nooit zomaar iets. We zijn jaren naar school geweest en vol gepropt met kennis. De taal die we leerden al voordat we naar school gingen, die taal zijn we nog beter gaan beheersen dankzij de uren die we doorbrachtten in die loaklen waarin we met anderen aa het werk waren. Aan het leren van die taal.We kunnen die taal nu in tekens op papier zetten en dat papier is nu een televisie geworden die we mee kunnen nemen om er van voor te lezen. Maar waarom, waarom, waarom? Buiten is er een strakblauwe hemel over de stad getrokken. De zon schijnt en het is stil. Er klint een traag door de hemel scheurend geluid van een vliegtuig. Er kwetteren wat vogels. Het licht wordt terug gekaatst door de ramen van de huizen aan de overkant. We gaan naar buiten. Mijn canine huisgenoot heeft me al meerdere keren vragend aangeken wanneer ik even mijn blik afwendde van het scherm waarop ik mijn preek tik. Er moet wel iets. De wereld draait, de dag begint en we moeten overleven. Een eind verderop stijgt een vliegtuig op met razende motoren. Even verderop dropt het een paar bommen op een stad. We moeten overleven. Er moet toch iemand zijn? Er is niets.

Wij hebben niets. Niets duizenden kilomters verderop. Geen schrammetje. Geen angst, geen instortende huizen. We kunnen zeggen wat we willen. Er moet alleen een zoom in een broek genaaid worden.


woensdag 17 februari 2016

Het Koninkrijk der Nederlanden.

Er was een tijd van welluidende klokken
en smetteloos vlees op  een suddering van zondag.
Van bakkers om hoeken die brood knappend bakten
in aromatisch walmende korsten van tijdrovende ovens
op trage oevers waarlangs een trekschuit gleed getrokken
van boullion van krachtige paarden op een bedje van muziek.

Er hing een grazig zwijgen over het ganse land.
Met incidenteel gejuich voor de Koningin.
Die knipte door de linten. Opende de fabrieken.
Er was koffie met drassige cake.

Er was een uitzicht op de polder.
Over de landweg reed een trekker.
Daarachter gebeurde geen reet.  

Martin M Aart de Jong






woensdag 1 juli 2015

IM Mitch Henriquez


De kranten hebben hun koppen zwart de wereld ingedrukt.

Er is een verklaring voor je dood. Er is een verklaring
voor de klappen, voor de bulten op je hoofd, voor je gescheurde
lippen, voor je luidruchtige dood. Ze lagen bovenop je.

Een massa. Ergens zoemde nog een film rond.
Vage gedachten van na je geboorte.
Alles draaide rond en kleurde zwart en rood.
Je zag nog eenmaal je zoontje. Je piepte naar
adem. Rood. Alles rood. Toen niets meer.

Niets meer dan de dood.

Martin M Aart de Jong

vrijdag 5 juni 2015

Het oog wil ook wat


Je groet de mensen om je heen je bent een menner van geluk

een weter van veelheid een diener van feiten maar ook

een verwonderaar en nu je blik halveert het leven van glas

en geluk toont alle tederheid maar ook het gevaar

van de glasbak tenzij je weet dat dit proces een leven is

waarin je in tijdelijke staat opereert.



Laten we de dag opslaan en dan verkennen wat er is.

Iets proeven van pijn na zonsopgang die je weet

een wenteling van de aarde is. We hebben een lijf

gehuurd om in te wonen met ons zelf. Soms zetten

we de deuren open, reppen van liefde, verbouwen

ons hart, verruimen iets, verdiepen of vervlakkken

maar hoe dan ook, het siert onze wanden.



We stappen van een klif om het landschap te schilderen.

We doen alles wat niet kan om waar mogelijk te bestrijken.



Martin M Aart de Jong 


 Afbeelding: Teun Hocks,
Zonder titel (Ezel bij Afgrond)

maandag 1 juni 2015

De woorden, de jaren



Dank jullie wel zeg ik vrienden het valt niet mee de tijd te dragen

en de jaren te plooien met de wallen onder je ogen om lachrimpels

weg te wrijven met een volgende ochtend om uit te kijken naar

een horizon waarop in grote letters “ware liefde” staat geschreven

en dit jaar, het houdt maar niet op, begon de aarde te beven en ik

dook daarop alsof het mijn schuld was dat alles als in een gedicht

van Ostaijen plat lag. Voor straf. Ik zeg, laten we er niet teveel

woorden aan vuil maken. De dood loopt langzaam met ons op

in de avond, de zomer hurkt neer in de struiken maar kan ieder

moment de ruimte nemen en de temperatuur opmeten en verhogen.

Laten we deze stad maar eens heel houden. De dagen poetsen

met een zachte doek ons verlangen -verdrijven door te kijken

hoe alles blijft veranderen en wij waaien straks langzaam weg. 


Martin M Aart de Jong

zondag 31 mei 2015

Twijfel


Ik heb ook mijn twijfels. Oneindig veel twijfels en soms denk ik dat het handig zou zijn die twijfels de deur te wijzen en met een grotere voortvarendheid gedecideerd mijn weg te gaan. Maar je bent ook wie je bent en ik ben dus een oneindig twijfelende. Een oneindig twijfelende twijfelaar wilde ik eerst nog schrijven, maar ik begon te twijfelen over die zin en besloot dat de kern van de zaak zo helder mogelijk verwoord moest worden. Soms kan ik knopen doorhakken.

Vandaag was ik jarig en de felicitaties stroomden binnen op facebook. Daar werd ik heel erg gelukkig van en tegelijkertijd werd ik bevangen door een enorme twijfel. Had ik het wel goed gedaan? Ik had de laatste tijd weinig felicitaties uitgedeeld op facebook. Ik twijfelde of ik er wel goed aan deed. Soms had iemand al tientallen felicitaties ontvangen. Als jarige heb je toch ook je bezigheden en verplichtingen en om dan de visite maar te laten zitten omdat je een bericht hebt op facebook waarin je gefeliciteerd wordt gaat me te ver. Je bent bij de mensen die je kent en die je lief hebt. Je vrienden en familie.



Ik had een potje met geld gevraagd. Een kleine donatie voor het land dat mijn tweede thuisland is geworden, een land waar mensen wonen die ik liefheb alsof het mijn familie is. De kinderen die me in de vroege ochtend wekten met hun vrolijke drukte, waar ik mee voetbalde, wandelde en waarmee ik uren doorbracht in een klein leslokaal, het zijn volwassenen nu. Ik twijfel soms. Er zijn toch heel veel rampen, er woedt oorlog in het Midden-Oosten, er dobberen bootjes met massa's mensen op zee, er gaan mensen dood aan kanker, er zijn bankiers die teveel verdienen, er is nog zoveel dat niet klopt. 
 



Toch heb ik geen twijfel. Je moet de mensen steunen die je kent en liefhebt. Als meer mensen dat gaan doen wordt de wereld bijna vanzelf een stukje beter. Ishor Tamang feliciteerde me vandaag. Ik weet dat zijn huis in puin ligt. Hij is een vrolijke, veerkrachtige twintiger. Maar dit is een enorme klap. Hij heeft me er niets over verteld. Ik weet het omdat Karna het me berichtte. Sindsdien heb ik geen twijfels meer.



Martin M Aart de Jong.

zaterdag 30 mei 2015

Strohalm


Nu is er niets meer dan een strak vel van liefde
en nooit is het goed genoeg of als het te goed is
is het te groot en niet gewoon er moet normaal
gepraat worden dus wordt er gezwegen soms

doorbroken de pijn van de stilte een glimp van
een mens die doorschijnt onder het ademen.
Van halm naar halm je weg door de velden
maai je het koren met een zoevende zeis.

De lucht is het bewijs van een begrenzing.
Daarna is het oneindige een onmeetbare
schil waarin het ik als restje overblijft.
Het mag er zijn en genoemd worden.
Beroemd als reiziger in tijdelijke taal
die moet breken, ontvouwen en bloeien.

Martin M Aart de Jong